ballon1

We zijn nu exact 5 weken later en het boek is eindelijk uit.

Ik voel mij wel een beetje zoals de figuur op de cover.

Vandaag begin ik, na een paar valse starten, aan dit boek:

thesunalsorises1

maar dan met deze lelijke cover.

Van het eerste leerjaar tot het zesde middelbaar verslond ik boeken. Ik ging elke woensdag of zaterdag naar de bibliotheek met zowel mijn pasje als dat van mijn moeder of vader. In de vakantie stond ik er met drie pasjes, en zelfs dan werd het telkens lastig om niet halverwege de reis al zonder boeken te zitten. Tegenwoordig ben ik echter al tevreden als ik, naast de verplichte literatuur, aan 6 boeken per jaar geraak. En dát doet dan talen!

Bovendien leen ik geen boeken meer uit sinds mijn portefeuille (met bibliotheekpasje) ergens in Parijs rondzwerft. Ik koop mijn boeken, het liefst met harde kaft, witte bladen en een mooi coverontwerp. En toch zit ik hier nu met The Sun Also Rises voor mijn neus:  dunne vergeelde bladen, een schreeuwlelijke kaft en volledig elastisch. Dat het maar een beetje goed is!

Als ik morgen opsta, ga ik proberen om anders tegen het leven aan te kijken. Ik weet op voorhand dat het gaat mislukken, maar morgenochtend zal ik toch wel vijf minuten in de illusie verkeren dat het mogelijk is, net lang genoeg om op te staan en te gaan ontbijten. Papa is vergeten cornflakes te kopen, dus die motivatie was toch al weggevallen. Het is niet zo dat ik naar de zin van het leven zoek, of mijn leven maar niets vind, maar ik denk – nee, ik weet – dat ik op een verkeerde manier bezig ben. Ik pin mij vast aan alle dingen die niet gebeuren, in plaats van ze zelf te doen gebeuren. Make it happen, en zo. Het enige probleem is dat ik er eigenlijk niet in geloof.  Hoe zou ik erin slagen om dit voornemen te doen lukken? Mezelf voorwenden dat ik optimistisch ben, er met volle moed aan beginnen en dus eigenlijk een soort rol spelen in mijn eigen leven? Ah, wellicht sleur ik mezelf morgenochtend uit bed met de gedachte aan chocolademelk.

Vorige week winterde het in onze tuin. winter

winter

Met ‘Listening To Otis Redding At Home During Christmas’ is Okkervil River erin geslaagd om één van die zeldzame liedjes te maken die ik bij elke luisterbeurt beter ga vinden. Opbeurend kan ik het niet echt noemen, maar de tekst is zo treffend:

***

Home is where beds are made and butter is added to toast.
On a cold afternoon you can float room to room like a ghost.
Take the crèche out and argue about who gets to set up the kings.
And I know that it’s home because that’s where the stereo sings:
“I’ve got dreams, dreams, to remember.”
But not even home can be with you forever.

It’s Christmas-time and the plane flies me over white hills to a town in a dream,
where the sky is frozen and still,
and a room that’s not mine but it’s just like I left it before,
with the wax from the candles all dusty and locks on the door,
where I held you so tenderly,
and where in summer I opened your letter to me.

I’m standing where we knelt and a miracle mile now borders it,
but if I turn my face to the field I don’t even notice it for a second.

There’s a tangle of greenery where winter scenery ends.
And I hear that song sometimes and imagine us much more than friends,
like if we stayed in this town, bought the first house that went up on sale,
and how each Christmas-time would bring inlaws and snowdays and holiday mail.
Your dad says you’re living in Georgia since last September.

I’ve got dreams, dreams, to remember.

Oh Sara, come back to New Hampshire. We’ll stay there forever.

Op persoonlijk vlak was 2008 voor mij niet veel soeps, daarom ga ik er ook niet verder over uitweiden. Op cultureel vlak daarentegen, was het een jaar om van te snoepen. Het belangrijkste is nog altijd mijn piano, de andere dingen heb ik in een lijstje gegoten:

- Ontdekkingen: Okkervil River, The National, The Divine Comedy

- Herontdekking: The Beatles

- Werchter: Radiohead, Sigur Rós, Editors, dEUS

- Concerten: Sigur Rós, Editors, Motek, Penguins Know Why

- Liedjes: Slow Show (The National), Lenders in the Temple (Conor Oberst), Pioneer to the Falls (Interpol), Our Mutual Friend (The Divine Comedy)

- Films: No Country for Old Men, There Will Be Blood, Into The Wild, Burn After Reading, Elegy, In Bruges

- Boeken: Everything is Illuminated (Jonathan Safran Foer), Carnet de Voyage (Craig Thompson)

Ik ken niet veel van beeldende kunst of fotografie, maar als ik één van de werken van Miro Svolík zie, krijg ik altijd zin om me erin te verdiepen. Svolík verwerkt reëel fotomateriaal in imaginaire omgevingen, hij maakt luchtfoto’s van mensen die op zo’n manier bij elkaar liggen waardoor verrassend andere beelden ontstaan. Hij kleurt als fotograaf dus best ver buiten de lijntjes van de realiteit, en toch straalt elk werk – vergezeld van een treffende titel – een haast ontroerende eenvoud uit.

De man heeft in Tsjechië een behoorlijk aantal prijzen in de wacht gesleept, maar hier is hij zo goed als onbekend. Daarom deze selectie uit mijn favoriete werken van hem:

I learned how to fly (Miro Svolik, 1986)

I learned how to fly (Miro Svolík, 1986)

Sometimes I try to establish contact with other civilizations of human beings (Miro Svolik, 1990)

Sometimes I try to establish contact with other civilizations of human beings (Miro Svolík, 1990)

Ik heb een latje. Op dat latje staat ‘Carpe Diem’. Pluk de dag. Met dat latje onderlijn ik wat ik belangrijk vind (of beter: wat ik vermoed dat de prof belangrijk vindt). Het latje verbindt mij dus letterlijk en figuurlijk met mijn leerstof, met de blok. Het latje waarop ‘Carpe Diem’ staat. Pluk de dag.

Pfff.

Met een frisse kop een eerste volwaardige blogpost schrijven. Althans, dat was het plan. Dat was echter buiten een van mijn lieftallige buren gerekend. Bijna de hele nacht werd ik wakker gehouden door het geluid van zware bassen en lachende mensen. Normaal gezien ben ik niet zo’n moeilijke slaper, maar als er nu iets is wat mij wakker houdt dan is het wel boenkeboenke ’s nachts. Want die bassen houden geen slaapverwekkend ritme aan hoor, o nee, het gaat van: boenke boenke boenke naar ‘boenke djoef’ ‘boenke djoef‘ en van daar naar ‘boem pada bam bam’ ‘boem pada bam bam‘ ,… Ik kon gewoon niet anders dan ernaar te blijven luisteren en de veranderingen in het ritme te volgen. Misschien dat ik toch maar eens mijn principes opzij moet leggen, en oordopjes moet aanschaffen. Wat ik precies tegen oordopjes heb, leg ik nog wel eens uit. Maar nu niet, geen frisse kop.