Maandelijkse archieven: augustus 2008

Ik ken niet veel van beeldende kunst of fotografie, maar als ik één van de werken van Miro Svolík zie, krijg ik altijd zin om me erin te verdiepen. Svolík verwerkt reëel fotomateriaal in imaginaire omgevingen, hij maakt luchtfoto’s van mensen die op zo’n manier bij elkaar liggen waardoor verrassend andere beelden ontstaan. Hij kleurt als fotograaf dus best ver buiten de lijntjes van de realiteit, en toch straalt elk werk – vergezeld van een treffende titel – een haast ontroerende eenvoud uit.

De man heeft in Tsjechië een behoorlijk aantal prijzen in de wacht gesleept, maar hier is hij zo goed als onbekend. Daarom deze selectie uit mijn favoriete werken van hem:

I learned how to fly (Miro Svolik, 1986)

I learned how to fly (Miro Svolík, 1986)

Sometimes I try to establish contact with other civilizations of human beings (Miro Svolik, 1990)

Sometimes I try to establish contact with other civilizations of human beings (Miro Svolík, 1990)

Ik heb een latje. Op dat latje staat ‘Carpe Diem’. Pluk de dag. Met dat latje onderlijn ik wat ik belangrijk vind (of beter: wat ik vermoed dat de prof belangrijk vindt). Het latje verbindt mij dus letterlijk en figuurlijk met mijn leerstof, met de blok. Het latje waarop ‘Carpe Diem’ staat. Pluk de dag.

Pfff.

Met een frisse kop een eerste volwaardige blogpost schrijven. Althans, dat was het plan. Dat was echter buiten een van mijn lieftallige buren gerekend. Bijna de hele nacht werd ik wakker gehouden door het geluid van zware bassen en lachende mensen. Normaal gezien ben ik niet zo’n moeilijke slaper, maar als er nu iets is wat mij wakker houdt dan is het wel boenkeboenke ’s nachts. Want die bassen houden geen slaapverwekkend ritme aan hoor, o nee, het gaat van: boenke boenke boenke naar ‘boenke djoef’ ‘boenke djoef‘ en van daar naar ‘boem pada bam bam’ ‘boem pada bam bam‘ ,… Ik kon gewoon niet anders dan ernaar te blijven luisteren en de veranderingen in het ritme te volgen. Misschien dat ik toch maar eens mijn principes opzij moet leggen, en oordopjes moet aanschaffen. Wat ik precies tegen oordopjes heb, leg ik nog wel eens uit. Maar nu niet, geen frisse kop.

Het allereerste woord dat ik ooit uitsprak, zonder rekening te houden met ander gebrabbel zoals dada, gagaga, iiiii, ma-ma en pa-pa, was ‘liegtuig’. Vraag me niet waarom. Ik had geen fascinatie voor vliegtuigen, en we woonden ook niet aan een luchthaven. Ik zou het eigenlijk eens moeten vragen aan mijn ouders. Hm.

Anyway, verwacht hier dus geen leugens van een stelletje schorem, ik had gewoon een pseudoniem nodig.